Ester kwam in 2016 via een besloten groep van Stichting Donorkind voor het eerst in contact met andere donorkinderen. Met een aantal vrouwen uit die groep klikte het goed, waarna zij samen besloten op zoek te gaan naar hun biologische vaders. Dit vormde haar eerste kennismaking met genetische genealogie, een methode waarbij DNA-onderzoek wordt gecombineerd met stamboomonderzoek.

Ik paste die methode eerst toe in mijn eigen zoektocht. Vrijwillig hielp ik ook anderen, en ik merkte dat ik daar veel energie en voldoening uit haalde. Uiteindelijk vond ik op deze manier mijn eigen vader. Dat moment veranderde veel en het maakte ook duidelijk: dit is wat ik wil doen. Inmiddels heb ik van die vrijwillige inzet mijn werk gemaakt. 

Begeleiden bij een zoektocht 

Als genetisch genealoog help ik mensen op verschillende manieren. Sommigen willen graag zelf zoeken, maar hebben uitleg nodig. Zij kunnen bijvoorbeeld een halve dag bij mij komen, waarin ik de methode uitleg en hen op weg help. Anderen geven de zoektocht liever helemaal uit handen. Alles is mogelijk. 

Wat ik belangrijk vind, is dat mensen mij altijd laagdrempelig kunnen benaderen. Je mag bellen, overleggen, vragen stellen, ook als je nog twijfelt. Ik werk vanuit de overtuiging dat iedereen het recht heeft om te weten van wie hij of zij afstamt. Of je nu alleen advies wilt, een deel van de zoektocht wilt uitbesteden of alles wilt overlaten aan mij: ik loop met je mee. 

Ik heb inmiddels honderden biologische vaders gevonden. Die ervaring, gecombineerd met mijn eigen verhaal als donorkind, maakt dat ik snel kan schakelen én me goed kan verplaatsen in wat iemand doormaakt. Ik begeleid niet alleen het zoeken, maar ook het moment van vinden en alles wat daarna komt. Juist het contact leggen kan spannend zijn. Dan ben ik er ook voor je.

Ester: Ik kan geen garanties geven, genetische genealogie blijft maatwerk. Maar in de meeste zoektochten boeken we wel degelijk resultaat. 

Wat is genetische genealogie? 

Genetische genealogie is een combinatie van DNA-onderzoek en stamboomonderzoek. Het begint met een laagdrempelige DNA-test die je zelf kunt doen, bijvoorbeeld via MyHeritage. Daarna krijg je DNA-matches te zien: mensen met wie je genetisch materiaal deelt. 

Als je DNA deelt met iemand, deel je één of meerdere gezamenlijke voorouders. Maar hoe die verwantschap precies loopt, is vaak nog onduidelijk. Dat is waar het puzzelen begint. Je onderzoekt wie de gezamenlijke voorouders zijn van jouw matches en bouwt van daaruit de stamboom weer ‘naar beneden’. Soms kom je uit bij je grootouders en kun je van daaruit bepalen wie binnen het plaatje past. 

Als je een DNA-test doet, krijg je een lijst met mensen met wie je genetisch materiaal deelt. Dat betekent dat je met hen één of meerdere gezamenlijke voorouders hebt, al is op dat moment nog niet duidelijk wélke voorouders dat zijn en hoe jullie precies verwant zijn. Het DNA geeft dus geen naam, maar wel een richting. Vervolgens begint het onderzoek. Je kijkt naar deze DNA-matches en onderzoekt hun stambomen: wie zijn hun ouders, grootouders en overgrootouders? Door meerdere matches met elkaar te vergelijken, kun je achterhalen bij welke familie zij horen. Zo ontstaan er groepen van matches die allemaal terug te voeren zijn naar dezelfde voorouders. 

Wanneer die gezamenlijke voorouders in beeld zijn, bouw je de stamboom weer verder uit naar de volgende generaties. Op die manier kom je uit bij mogelijke biologische ouders. Soms leidt dat vrij direct naar één persoon, soms naar een kleine groep waaruit op basis van leeftijd, woonplaats en andere gegevens kan worden vastgesteld wie binnen het zoekplaatje past. Ik kan geen garanties geven, genetische genealogie blijft maatwerk. Maar in de meeste zoektochten boeken we wel degelijk resultaat. 

Voor wie is deze manier van zoeken geschikt? 

Een DNA-test is altijd het startpunt. Als je dat niet wilt, dan past deze methode niet bij je. Daarnaast is het belangrijk dat er DNA-matches zijn die dichtbij genoeg zijn. Soms is één databank niet voldoende en is het verstandig om ook elders te testen. Ik help mensen altijd eerst om hun kansen realistisch in te schatten. 

Het mooie is dat je ook kunt beginnen zonder enige informatie over je familie. Zelfs als je geen namen, documenten of andere aanwijzingen hebt over je biologische ouders of verwanten, kan een DNA-test alsnog een ingang bieden om je afstamming te onderzoeken. 

Hoe groot is de kans dat je iemand vindt? 

Een van de meest gestelde vragen is: 'Wat is de kans dat ik mijn donor of biologische ouder vind?' Mijn ervaring is dat ongeveer 75% van de zoektochten binnen een redelijke tijd tot een duidelijke uitkomst leidt. Dat is hoog, en mensen onderschatten vaak hoeveel informatie er in DNA-matches verborgen zit. 

Ongeveer driekwart van de zoektochten die bij mij binnenkomen, kan relatief snel worden opgelost. Dat betekent dat we met de beschikbare DNA-matches en stamboominformatie vaak binnen een paar weken de juiste familie kunnen vinden. Soms is het ingewikkelder, bijvoorbeeld wanneer een match zelf ook niet precies weet wie zijn of haar biologische ouders zijn, of wanneer meerdere familieleden tegelijkertijd op zoek zijn. In zulke gevallen bekijken we samen stap voor stap welke mogelijkheden er zijn en welke aanwijzingen verder onderzocht kunnen worden. 

Belangrijk om te weten: DNA-databanken groeien elke dag. Als het nu niet lukt, kan een zoektocht later opnieuw worden opgepakt. Dit kan omdat er dagelijks nieuwe mensen zich inschrijven in een DNA-databank. Een zoektocht stopt eigenlijk nooit. 

Ester: Voor de meeste mensen is zoeken geen hobby, maar een noodzaak. Er zit vaak een diep verlangen achter: willen weten waar je vandaan komt. 

Zoeken in Nederland en daarbuiten 

In Nederland is veel informatie gedigitaliseerd: geboortes (tot 100 jaar terug) en huwelijken (tot 75 jaar terug) zijn vaak online te vinden. Ik ken hier de weg goed. In het buitenland ligt dat anders. De methode is universeel, DNA werkt overal hetzelfde, maar wetgeving, archieven en beschikbaarheid van informatie verschillen per land. 

In sommige landen, zoals de Verenigde Staten, is juist weer veel openbare informatie beschikbaar. Mijn specialisme ligt in Nederland, maar ook bij buitenlandse zoektochten kan ik helpen, bijvoorbeeld door contact te leggen of mee te denken. 

Emoties onderweg 

Voor de meeste mensen is zoeken geen hobby, maar een noodzaak. Er zit vaak een diep verlangen achter: willen weten waar je vandaan komt. Het zoeken is spannend en het vinden opent weer een nieuw hoofdstuk. Wil je contact? En zo ja, hoe? Wat verwacht je van elkaar? 

De angst voor afwijzing is groot. Tegelijkertijd leert de ervaring dat de gevonden familie in ongeveer 90% van de gevallen openstaat voor contact. We zijn allemaal mensen, en de meeste mensen zijn gewoon prettig. Maar als iemand geen contact wil, kan dat pijnlijk zijn. 

Toch zie ik vaak dat het weten op zichzelf al rust geeft. Foto’s zien. Herkennen. Begrijpen waar bepaalde trekken vandaan komen. Dat kan helend zijn, ook zonder intensief contact. 

Ester: Als een zoektocht vastloopt, betekent dat meestal niet dat het voorbij is. Het betekent vaak dat het nu even pauze nodig heeft. Elke dag worden DNA-databanken uitgebreid en is er kans op nieuwe matches. 

Als een zoektocht vastloopt 

Zoektochten verlopen in golven. Soms ben je er continu mee bezig, soms leg je het weg. Maar het verlangen naar weten steekt vaak weer de kop op. Als een zoektocht vastloopt, betekent dat meestal niet dat het voorbij is. Het betekent vaak dat het nu even pauze nodig heeft. Elke dag worden DNA-databanken uitgebreid en is er kans op nieuwe matches. 

Wat ik wil meegeven 

Er zijn veel verschillende situaties waarin mensen vragen krijgen over hun afkomst. Sommigen weten bijvoorbeeld van jongs af aan dat ze donorkind of geadopteerd zijn, anderen ontdekken dit pas later in hun leven. Wat deze mensen met elkaar gemeen hebben, is een behoefte aan duidelijkheid: willen weten van wie je afstamt en waar bepaalde kenmerken, gevoelens of vragen vandaan komen. Dat verlangen naar kennis over je eigen achtergrond is heel begrijpelijk en mag er zijn, ongeacht hoe of wanneer die vragen zijn ontstaan. 

Ik zie vaak een sterke loyaliteit naar de ouders die hen hebben opgevoed. Die loyaliteit kan maken dat mensen twijfelen of ze wel mogen gaan zoeken, uit angst om hun ouders te kwetsen. Het is belangrijk om te weten dat zoeken naar je biologische afkomst niet betekent dat je je ouders afwijst. 

Wat mij het meest bijblijft, is de impact van deze verhalen op mensenlevens. Of je nu vindt of niet: het onbekende was er al. Door het aan te kijken, kun je het een plek geven. Soms blijkt je vader dat biologisch ineens niet te zijn en dat doet iets met je. En dat mag ook. 

Ik geloof dat zoeken kan helpen om vrede te sluiten met jezelf, en om jezelf beter te leren kennen. Daarin kan ik mensen begeleiden. Je hoeft het niet alleen te doen. 

Meer informatie