In 2024 werden 39.438 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd. Dit zijn 106 zwangerschapsafbrekingen meer dan in 2023. Veruit het grootste deel van de zwangerschapsafbrekingen (88%) vindt plaats in het eerste trimester (t/m 12 weken zwangerschap). Iets meer dan de helft van de behandelde vrouwen had nog geen kinderen.

De belangrijkste cijfers van 2024 op een rij

Cijfers en feiten abortus 2024

*de andere 9,6% zijn buitenlandse vrouwen die naar Nederland komen voor een abortus

De belangrijkste bron voor abortuscijfers is de jaarlijkse rapportage over abortuszorg van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De (geanonimiseerde) cijfers worden door de klinieken en ziekenhuizen aangeleverd. Zij zijn hiertoe verplicht vanuit de Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ). De meest actuele jaarrapportage is uitgegeven in oktober 2025 en bevat de cijfers over het jaar 2024. Hieronder wordt een aantal conclusies uit dit jaarrapport weergegeven.

Trends

Aantal zwangerschapsafbrekingen bijna gelijk gebleven

Het totale aantal zwangerschapsafbrekingen (inclusief overtijdbehandelingen) lag sinds het jaar 2000 rond de 33.000 per jaar. Vanaf 2008 daalde het aantal zwangerschapsafbrekingen op jaarbasis tot circa 30.000 in 2016. De laatste jaren zien we jaarlijkse stijgingen. In 2024 is het aantal zwangerschapsafbrekingen licht gestegen met 0.2%.

Totaal Zwangerschap Afbrekingen 1985-2024

Diverse factoren kunnen een rol spelen in de stijging afgelopen jaren

De vraag rijst wat de verklaring is voor de toename in 2022 en 2023. De keuze voor een abortus is vaak niet eenvoudig en wordt beïnvloed door diverse factoren. Daarom kan de landelijke stijging niet worden toegeschreven aan één specifieke oorzaak. Misschien dat er wel maatschappelijke factoren zijn die bijdragen aan de stijging, zoals zorgen over huisvesting, financiën, oorlogen en een groeiende groep vrouwen die natuurlijke anticonceptiemethoden gebruikt. 
Uit de cijfers blijkt niet dat de toename te wijten was aan de afschaffing van de verplichte beraadtermijn van vijf dagen voor abortus, die per 1 januari 2023 is geschrapt uit de Wet afbreking Zwangerschap. Wat we wel zien, is dat de bedenktijd op papier is afgenomen. Zo heeft in 2024 72,2% van de vrouwen die voor behandeling komen geen extra wachttijd meer nodig. In 2022 hadden de meeste vrouwen nog 6, 7 of 10 dagen bedenktijd - waarvan 5 dagen verplicht - voordat zij de behandeling ondergingen. Dit kan betekenen dat vrouwen meteen een keuze over de zwangerschap kunnen maken. Maar veelal hebben vrouwen al een eigen besluitvormingsproces achter de rug op het moment dat zij zich voor een abortus bij een arts melden. Deze ‘denktijd’ is niet in de registratie meegenomen.

Stijging afbreking tienerzwangerschappen 

Sinds 2002 daalt het aantal afbrekingen bij tienerzwangerschappen (vrouwen tot 20 jaar). We zien dat de daling van het aantal zwangerschapsafbrekingen bij tieners vanaf 2019 stagneerde. In 2023 was, net als bij andere leeftijdsgroepen, een stijging te zien. In 2024 stabiliserende dit weer naar 2.814 abortussen bij vrouwen tot 20 jaar. Dat is 7,1% van alle afbrekingen. 

Onder vrouwen tot 15 jaar vond een daling van het aantal zwangerschapsafbrekingen plaats van 107 in 2023 naar 65 in 2024.

Abortuscijfer en abortusratio gedaald

Het abortuscijfer is – volgens de internationale definitie - het aantal zwangerschapsafbrekingen per 1.000 vrouwen van 15 tot en met 44 jaar. Het abortuscijfer verbindt het aantal abortussen aan het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd. De behandelingen van (Nederlandse) vrouwen die in het buitenland wonen, zijn hierin niet meegerekend. Het abortuscijfer is sinds 2002 redelijk stabiel rond de 8,6. Na een aantal jaren lichte stijgingzagen we in 2023 een flinke stijging en in 2024 weer een stabilisatie van die stijging naar een abortuscijfer van 10,6.

De meeste zwangerschapsafbrekingen waren bij vrouwen die in Noord- of Zuid-Holland woonden. Dit is deels te verklaren door het verschil in inwoneraantal per provincie. Wanneer we naar de abortuscijfers per provincie kijken zijn deze in Flevoland (14,6) en Noord-Holland (13,4) het hoogst. In Drenthe (7,3), Gelderland (7,5) en Friesland (7,5) is dit cijfer het laagst.

De abortusratio geeft de verhouding aan tussen het aantal zwangerschapsafbrekingen en het aantal levend geboren kinderen in dat jaar. In 2023 was dit 215, ruim 4 punten lager dan in 2023. Dit komt vooral doordat er een stijging was van het aantal levendgeborenen . In 2024 werden 166.143 kinderen levend geboren, 1.656 meer dan in 2023.  

Abortuscijfers in Europees perspectief

In andere Europese landen was in 2022 en 2023 een vergelijkbare stijging te zien in het aantal abortussen, variërend van 2,9% tot 10%. Cijfers uit enkele andere Europese landen:

Cijfers en feiten abortus Europa 2024

*Deze tabel gaat over de stijging in 2023 ten opzichte van 2022.

In de meeste genoemde landen is (nog) geen verklaring voor de toename bekend. De cijfers van andere Europese landen voor 2024 zijn nog heel beperkt beschikbaar; in Schotland is sprake van een stijging van het aantal abortussen van circa 3% t.o.v. 2023 en in Zweden spreekt men van een stabiel aantal. 

Aantal abortusbehandelingen bij buitenlandse vrouwen bijna gelijk gebleven

Het percentage vrouwen dat uit het buitenland naar Nederland komt voor een abortusbehandeling schommelde tot 2016 rond de 13 procent van alle afbrekingen. Sindsdien was er een daling zichtbaar. In 2024 is 7,9% van de behandelingen uitgevoerd bij vrouwen woonachtig in het buitenland. Dat percentage ligt iets lager dan in 2023. De buitenlandse vrouwen zijn vooral afkomstig uit Duitsland. In 2024 is het aantal clienten waarvan de herkomst onbekend is sterk gestegen ten opzichte van 2023, van 47 naar 659. De verklaring voor deze stijging is onbekend. 

Meeste zwangerschapsafbrekingen in de leeftijdscategorie 30-35

Voor 2015 vonden de meeste zwangerschapsafbrekingen plaatst bij vrouwen tussen de 20 en 25 jaar. In de jaren erna verschoof dit naar oudere leeftijdscategorieën. Vanaf 2021 waren de meeste abortussen bij vrouwen tussen de 30 en 35 jaar, gevolgd door 25-30 jarigen. In 2024 vond 46,8% van de afbrekingen vond bij deze twee leeftijdsgroepen plaats.

Abortussen per leeftijdscategorie 2015-2024

Meeste abortussen in eerste 8 weken van de zwangerschap

Het grootste deel van de zwangerschapsafbrekingen vond plaats in de eerste 8 weken van de zwangerschap (79%). Bij 88% ging het om een afbreking in het eerste trimster van de zwangerschap.. Het percentage zwangerschapsafbrekingen in het tweede trimester is over de jaren heen licht gedaald, en in 2024 11,9%. 

Helft zwangerschapsafbrekingen bij vrouwen zonder kinderen

Jarenlang lieten de cijfers zien dat meer dan de helft van de behandelde vrouwen al één of meer kinderen heeft. In 2022 werd deze trend doorbroken en was dit bij 49% het geval. In 2024 gaat het om 51,9%, waarmee de meerderheid van de vrouwen die voor abortus koos geen kinderen heeft.

Ongeveer één derde onderging al eerder een zwangerschapsafbreking

Bij 66,5% van de behandelde vrouwen was het de eerste zwangerschapsafbreking. Eén op de vijf vrouwen (22,1%) had eerder één zwangerschapsafbreking ondergaan. De overige 9% heeft twee of meer zwangerschapsafbrekingen ondergaan.

Percentage zwangerschapsafbrekingen in tweede trimester stabiel

Voor het verrichten van tweede trimesterabortussen (zwangerschapsafbreking boven 12 weken) is een aparte vergunning vereist. De WAZ en het Besluit afbreking zwangerschap (Bafz) stellen daarvoor aanvullende eisen. Ook de opleiding van abortusartsen maakt een onderscheid tussen de trimesters. In 2023 vond 12% van de zwangerschapsafbrekingen plaats in het tweede trimester (4.536). Dat percentage is de afgelopen jaren stabiel. In verhouding tot abortusklinieken is een groot deel van de zwangerschapsafbrekingen in het ziekenhuis een tweede trimesterbehandeling. 

Afbrekingen gecategoriseerd naar weken_2024

Overgrote deel van behandelingen in abortusklinieken

Het overgrote deel van de zwangerschapsafbrekingen vindt plaats in abortusklinieken. Het aandeel van ziekenhuizen in de zwangerschapsafbrekingen schommelt de laatste jaren rond de 8%. In 2024 lag dit percentage op 6,8% (2.698).

Percentage zwangerschapsafbrekingen na prenatale diagnostiek schommelt

Van de zwangerschapsafbrekingen had in 2021 6,9% een relatie met de resultaten van prenatale diagnostiek. De afgelopen jaren ligt dit percentage tussen de 4 en 5 procent. In 2024 betreft het in 4,3% van de gevallen een afbreking op basis van de resultaten van prenatale diagnostiek. Op basis van de registratie is niet te bepalen of dit in het eerste of in het tweede trimester was.

Grootste groep vrouwen meldt zich direct bij de abortuskliniek

10,6% van de vrouwen meldt zich eerst bij de huisarts voordat zij naar de abortuskliniek gaat. Dit percentage neemt de afgelopen jaren af. In 2019 was dit nog 55,7% van de vrouwen. 8 op de 10 vrouwen (83,8%) ging in 2024 rechtstreeks naar de abortuskliniek. 

Vrouwen die in ziekenhuizen behandeld worden zijn relatief vaak verwezen door de huisarts of een ‘andere verwijzer’ (respectievelijk 33% en 29,1%). Deze ‘andere verwijzers’ zijn met name de verloskundige, echocentrum, klinisch geneticus, cardioloog of internist, wat duidt op een medische indicatie voor de verwijzing naar het ziekenhuis.  

41% van de afbrekingen met de abortuspil

Voor de abortusbehandeling wordt in 41,2% van de gevallen gekozen voor het gebruik van medicijnen; een behandeling met de abortuspil. Hierin is een gestage stijging te zien in de afgelopen jaren. In 2018 werd in 26% van de gevallen voor een medicamenteuze behandeling gekozen. Bij de abortusklinieken is deze behandeling mogelijk tot 9 weken zwangerschap. In ziekenhuizen wordt vaak ook later in de zwangerschap voor een medicamenteuze abortus gekozen. 

Nacontrole vooral in abortuskliniek

Na de abortusbehandeling wordt met de vrouw een afspraak gemaakt voor een medische nacontrole. Van de vrouwen die in 2024 werden behandeld in een abortuskliniek had 55,1% een afspraak voor nacontrole in de kliniek, terwijl 13% hiervoor terugging naar de verwijzer (vaak de huisarts). In de cijfers is een ook stijging te zien in het percentage vrouwen dat geen nacontrole heeft, van 9,2% in 2023 naar 20,2% in 2024.

Voor anticonceptie na abortus meest verwezen naar huisarts

Een belangrijk onderdeel van de nazorg na abortus is het gesprek over anticonceptie. Na de abortusbehandeling kreeg 53,7% van de vrouwen een anticonceptievoorschrift van de kliniek of werd anticonceptie direct geplaatst. 34,6% kreeg hiervoor een verwijzing naar de huisarts. In 6,3% van de gevallen wenst de vrouw geen anticonceptie.