16/04/2026

Het rapport van Commissie De Winter (Schade door Schande), dat vorig jaar verscheen, bevestigt wat veel vrouwen al lange tijd ervaren. Voor vrouwen die tussen 1956 en 1984 onbedoeld zwanger raakten en hun kind moesten afstaan, heeft dat diepe en blijvende gevolgen gehad. Het verlies van regie, erkenning en ruimte voor hun eigen stem werkt tot op de dag van vandaag door. Niet alleen voor deze vrouwen, maar ook voor mannen en de inmiddels volwassen kinderen.

In dit artikel staan we stil bij de lessen die we uit de periode ’56 – ’84 kunnen trekken en bij wat er de afgelopen jaren is veranderd in de begeleiding van afstand en adoptie.

Terugkijken, erkennen en excuses

Maandag 13 april 2026 werd bekend dat de overheid excuses gaat aanbieden voor haar rol bij afstand en adoptie in de periode 1956–1984. Wij zien dit als een belangrijke stap voor de betrokkenen. Fiom heeft in december 2024 excuses aangeboden voor haar rol in het verleden. Naar aanleiding van het rapport Schade door schande, dat in juni 2025 verscheen, zijn deze excuses verder aangescherpt. Voor Fiom is dit niet alleen een vorm van erkenning voor deze vrouwen, mannen en kinderen, maar ook een aanleiding om kritisch te blijven kijken naar het eigen handelen, om te voorkomen dat situaties uit het verleden zich kunnen herhalen.

Keuzevrijheid als uitgangspunt

Als een vrouw onbedoeld zwanger is, heeft zij op dit moment in Nederland vier keuze-opties: ouderschap, abortus (indien nog mogelijk), pleegzorg en afstand ter adoptie. Elk jaar kiezen zo’n 20 vrouwen ervoor om hun kind af te staan ter adoptie. De missie van Fiom is dat onbedoeld zwangere vrouwen in deze situatie een weloverwogen keuze kunnen maken, zonder oordeel, druk of sturing. De ervaringen uit de periode 1956–1984 laten zien hoe belangrijk het is dat vrouwen een eigen weloverwogen keuze kunnen maken. Ook laat het zien dat het belangrijk is om signalen van druk op keuzevrijheid van vrouwen serieus te nemen.

Extra aandacht voor arbeidsmigranten

Als wij zien dat de keuzevrijheid van onbedoeld zwangere vrouwen onder druk staat, trekken wij aan de bel. In het NRC artikel over arbeidsmigrant Jagoda wordt zichtbaar hoe verlies van werk en huisvesting én de daarbij horende financiële onzekerheid de ruimte sterk beperken om écht vrij te kiezen. In deze onzekere omstandigheden kiezen vrouwen soms voor afstand en adoptie omdat ze dat op dat moment als minst slechte optie zien. Met het interview in NRC én met signalen aan de politiek vragen we aandacht voor de kwetsbare positie van arbeidsmigranten die onbedoeld zwanger zijn en pleiten we voor een integrale aanpak rond werk, huisvesting en zorg.

Veranderingen in de begeleiding 

De keuze om afstand te doen van je kind is enorm ingrijpend en vraagt om zorgvuldige begeleiding zonder druk of sturing. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn: transparantie, openheid en eigen regie. Samen met protocolpartners en vrouwen die onlangs afstand hebben gedaan van hun kind, kijken we kritisch naar onze begeleiding en werkwijze. Zo wordt de werkwijze elke twee jaar met alle partners uitvoerig geëvalueerd. Ook hebben we bekeken wat we al kunnen doen met de aanbevelingen uit het rapport van Commissie de Winter.

  1. Wijziging beleid dossierinzage 
    Sinds 2024 heeft Fiom een aangepast inzagebeleid voor afstands- en adoptiedossiers. Het uitgangspunt is: delen, tenzij. Dat betekent dat betrokkenen hun dossier volledig kunnen inzien, tenzij er hele goede redenen zijn om informatie niet te delen. Bijvoorbeeld om iemands veiligheid of privacy te beschermen. Dit bekijken we per dossier zorgvuldig.
     
  2. Inzage en bewaartermijn dossiers
    Voordat een dossier wordt gesloten, kunnen biologische ouders hun dossier inzien. Als zij dat willen, kunnen zij hier ook op reageren. Omdat deze informatie van blijvende betekenis is voor iedereen die erbij betrokken is, worden dossiers nu minimaal 150 jaar bewaard.
     
  3. Meer ruimte voor persoonlijke verhalen 
    Er is meer ruimte gekomen voor persoonlijke verhalen van de biologische moeder (en vader als deze in beeld is). Biologische ouders kunnen een persoonlijke brief toevoegen aan het dossier, vóór, tijdens of na de afstandsprocedure. Daarnaast kan hun verhaal worden vastgelegd in een gesprek, zodat kinderen later hun ontstaansgeschiedenis kunnen lezen in de woorden van hun biologische ouders.
     
  4. Contact tussen biologische ouders en adoptiegezin
    Elk kind heeft het recht om te weten van wie hij of zij afstamt. Voor het kind kan het van groot belang zijn om te weten wie de biologische ouders zijn. Daarom streven we naar een zo open als mogelijk contact tussen de biologische ouders en het adoptiegezin. Dit kan bijvoorbeeld een jaarlijkse briefwisseling of een ontmoeting zijn, afhankelijk van de wensen van de betrokkenen.
     
  5. Aanpassing van de afstandsverklaring
    De afstandsverklaring is een document van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) dat wordt gebruikt in het proces van afstand ter adoptie. Als protocolpartner werkt Fiom ook met dit document. Naar aanleiding van het rapport van Commissie de Winter is in 2025 besloten om de term ‘afstandsverklaring’ te wijzigen in ‘Verzoek tot voortzetten afstandsprocedure' waarin biologische ouder verzoekt aan instanties om de afstandsprocedure voort te zetten. Echter, sommigen geven aan dat het tekenen van überhaupt een document als dwingend wordt ervaren, terwijl dat niet de bedoeling is. Samen met protocolpartners gaan we in gesprek om te kijken naar alternatieven voor het gebruik van een document.