22/06/2022 

Op 16 juni 2022 vond in de Tweede Kamer het commissiedebat over adoptie plaats met minister Weerwind van Rechtsbescherming. Met uitzondering van de SP steunden alle fracties de lijn van de minister om interlandelijke adoptie te hervatten. Er is een tweeminutendebat aangevraagd door kamerlid Mutluer, omdat zij een motie wil indienen over financiële tegemoetkoming bij individuele zoekacties. 

Samenvatting

  • De minister stuurt een lijst van betrokkenen waarmee hij heeft gesproken in de aanloop naar zijn besluit om interlandelijke adoptie te hervatten, naar de Kamer.  
  • Na 1 september 2022 stelt de minister de criteria voor de landen van herkomst definitief vast en wordt besloten uit welke landen nog geadopteerd kan worden. 
  • Er komt één bemiddelingsorganisatie; in september 2022 maakt de minister een keuze over de vormgeving. 
  • De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd wordt toezichthouder op het hele systeem.  
  • De minister richt een panel van geadopteerden in om hun stem te blijven betrekken en verwacht rond de zomer van 2023 een wetsvoorstel in internetconsultatie te kunnen brengen.  
  • Het uiteindelijke doel is dat landen van herkomst kinderen zelf opvang bieden. 

Nieuw systeem interlandelijke adoptie 

Ter voorbereiding van het debat stuurde de minister op 10 juni 2022 een brief naar de Kamer over de invulling van het nieuwe interlandelijke adoptiesysteem met striktere voorwaarden. Daarbij gaf hij informatie over het expertisecentrum interlandelijke adoptie en over ontwikkelingen rond binnenlandse afstand en adoptie. Het kabinet besloot in april van dit jaar dat interlandelijke adoptie mogelijk blijft voor kinderen voor wie in het land van herkomst écht geen passende opvang mogelijk is. De opschorting op nieuwe adoptieprocedures, ingesteld sinds 8 februari 2021 naar aanleiding van het rapport van de commissie Joustra, vervalt hiermee. Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuwe adoptieprocedure. 

In het debat stellen de Kamerleden hierover vragen aan de minister. Van Ginneken (D66) vraagt of de invoering van een nieuw adoptiestelsel per 2023 reëel is, gezien alles wat er nog moet gebeuren. Mutluer (PvdA/GL) maakt zich zorgen om de waterdichtheid van een adoptiesysteem. Ze verwijst naar de verklaring van CoMensha, Defence for Children en de Kinderombudsman en vraagt naar de reactie van de minister hierop. Van Nispen (SP) steunt het hervatten van interlandelijke adoptie niet en verwijst ook naar de brief van de kinderrechtenorganisaties. Is de minister bereid om ook met hen in gesprek te gaan? Minister Weerwind geeft aan dat het nieuwe systeem misstanden niet volledig kan voorkomen. Wel kan het risico worden verkleind door extra waarborgen.  

Van Nispen vraagt een lijst van alle partijen met wie de minister heeft gesproken in de aanloop naar zijn besluit, om te kunnen zien of er ook met tegenstanders is gesproken. De minister zegt toe de lijst beschikbaar te stellen aan de hele commissie. Hij vindt het belangrijk om open in gesprek met elkaar blijven. Mutluer vraagt de minister om het gesprek aan te gaan met geadopteerden en een aantal belangenorganisaties, die het gevoel hebben niet gehoord te worden. De minister geeft aan dat zijn policy is om altijd de dialoog open te houden met voorstanders en tegenstanders. 

Selectie van landen 

Er is een landenanalyse opgesteld. Hieruit volgt dat opnieuw bekeken moet worden of er nog geadopteerd kan worden uit landen waar kwetsbaarheden zijn op het terrein van betrouwbaarheid en van landen die zelf zouden moeten kunnen voorzien in opvang. Bij de beoordeling wordt ook de kwaliteit van de jeugdbescherming in een land meegenomen. Na 1 september 2022 stelt de minister de criteria definitief vast en wordt besloten uit welke landen nog geadopteerd kan worden. De relatie met Haïti wordt nu al opgeschort vanwege onveiligheid. Van Ginneken (D66) vraagt wat de minister doet als de criteria voor landenselectie zo restrictief zijn dat interlandelijke adoptie niet of nauwelijks meer kan plaatsvinden. Van Nispen (SP) vindt dat uit de EU niet geadopteerd zou moeten worden, omdat deze landen zelf opvang kunnen regelen. Kan het besluit nog worden dan er nul landen overblijven? Of worden er landen gezocht bij een besluit dat al genomen is? De minister geeft aan dat als kinderen daar al worden opgevangen, je op nul kunt uitkomen. Maar dat dit nu niet in alle Europese lidstaten of in alle andere landen gelijk zo is. 

Eén bemiddelingsorganisatie 

De werkzaamheden van de vier verschillende vergunninghouders worden samengebracht in één strikt ingebedde bemiddelingsorganisatie. De minister stelt een programma van eisen vast waaraan deze organisatie moet voldoen. Het adviesbureau AEF zal de exacte vormgeving hiervan uitwerken: onderbrengen bij een bestaande organisatie of oprichten van een nieuwe. In september 2022 maakt de minister een keuze. 

De Centrale Autoriteit beoordeelt adoptievoorstellen strikter. Helder moet zijn omschreven welke pogingen voor dit kind zijn ondernomen om het te plaatsen in eigen land. Per situatie moet worden bekeken wat onder passende opvang wordt verstaan. De minister geeft aan dat binnenlandse adoptie of perspectief biedende pleegplaatsing hier passend is, in tegenstelling tot vele opeenvolgende pleegplaatsingen of lang verblijf in een kindertehuis. 

Intrekken hoger beroep zaak Patrick Noordoven 

Kamerlid van Nispen (SP) doet een klemmende oproep aan de minister om het hoger beroep in de zaak rond de illegale adoptie van Patrick Noordoven in te trekken. De rechter oordeelde hier dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld. Van Nispen vraagt om ook in eventuele andere zaken af te zien van hoger beroep, en of de minister bereid is om te schikken. De minister zegt zijn standpunt niet te gaan heroverwegen, maar zal wel soortgelijke zaken tegen het licht gaan houden. Hij wil eerst de feiten op tafel hebben en zal erkenning geven aan gedupeerden en verantwoordelijkheid nemen voor het verleden, als uit het onderzoek blijkt dat zich onder verantwoordelijkheid van de Staat fouten of misstanden hebben voorgedaan. 

Expertisecentrum Interlandelijke Adoptie 

Het expertisecentrum wordt het centrale loket voor alle interlandelijk geadopteerden met vragen rondom hun adoptie en/of afkomst. Geadopteerden kunnen er terecht voor begeleiding bij het krijgen van toegang tot en inzage in dossiers, hulp bij zoektochten naar afstammingsinformatie, psychosociale ondersteuning en het ontsluiten van juridische kennis. Op verzoek van de minister heeft Fiom een plan van aanpak gemaakt voor een bestuurlijke inbedding van het expertisecentrum, dat besproken is met de belangenorganisaties voor interlandelijke adoptie. De samenwerking zal vorm krijgen via een open samenwerkingsnetwerk dat door het expertisecentrum wordt ondersteund. Het streven is om in oktober 2022 te starten met de eerste diensten aan het loket. 

Kamerleden stelden vragen naar het draagvlak in het veld voor de bestuurlijke inbedding van het expertisecentrum bij Fiom. De minister geeft aan dat Fiom de meest logische keuze is om inhoudelijk op voort te bouwen en ook het expertisecentrum spoedig te realiseren. Hij is zich bewust van de gevoeligheden vanwege de betrokkenheid van Fiom bij interlandelijke adoptie in het verleden. Daarom heeft de minister een aantal randvoorwaarden gesteld: een blijvende betrokkenheid van de geadopteerden zelf bij de diensten van het expertisecentrum; herkenbaarheid en een eigenstandige positie van het centrum en kwaliteit van de dienstverlening. Een volledig draagvlak is volgens de minister niet haalbaar.  

Subsidieregeling voor belangenorganisaties 

De minister gaat de belangenorganisaties versterken vanuit de beschikbare middelen. De subsidie is gericht op versterking van de organisaties en expertise van de medewerkers, alsook op versterking van het ondersteuningsaanbod, onder andere bij zoektochten. De subsidieregeling treedt uiterlijk op 1 oktober 2022 in werking en de belangenorganisaties kunnen projectvoorstellen indienen. 

Van Nispen (SP) vindt het pijnlijk en teleurstellend dat er geen concrete plannen zijn voor een financiële tegemoetkoming voor geadopteerden bij wie zaken in het verleden zijn misgegaan, en waarvoor de overheid verantwoordelijkheid draagt. Financiële ondersteuning is ook op zijn plaats wanneer mensen op zoek willen naar hun roots. Hij vraagt zich af waarom mensen geen eigen regie krijgen, in de vorm van een onafhankelijk rootsfonds. Mutluer (PvdA/GL) geeft aan dat voor- en tegenstanders zich afvragen of het niet beter is dat bij het expertisecentrum vooral individueel wordt bekeken wat iemand nodig heeft, zoals DNA-onderzoek of een reis naar het land van herkomst.  

De minister antwoordt dat bij alle landen van waaruit kinderen geadopteerd zijn, nadrukkelijk de behoefte aan rootsreizen speelt. Deze rootsreizen hebben veel gemeenschappelijke elementen. Als iedereen dit individueel moet uitzoeken, wordt veel werk dubbel gedaan. Door een gezamenlijke rootsreis te organiseren in een klein verband van circa vijf mensen kunnen mensen elkaar helpen en steunen. De minister kijkt daarbij naar de financiële mogelijkheden en naar wat het meest effectief is. Mutluer ziet dit anders en vraagt een tweeminutendebat aan. Het verslag van dit commissiedebat wordt hierbij plenair geagendeerd, waarbij Kamerleden moties kunnen indienen. 

Onderzoekscommissie binnenlandse afstand en adoptie 

Prof. dr. Micha de Winter zal de nieuwe onderzoekscommissie Binnenlandse Afstand en Adoptie voorzitten. Na samenstelling van de commissie zal deze in september 2022 van start gaan. Fiom heeft hierbij geen rol. De gesprekken over erkenning met een zo breed mogelijke groep belanghebbenden aan de ‘erkenningstafels’ zijn op dit moment nog gaande. Van Ginneken (D66) geeft aan dat in de eerdere terugkoppeling alleen is aangegeven dat de verslagen bij Fiom en Verwey-Jonker verwijderd zijn, maar dat dat niets zegt over de andere plekken. De minister gaat onderzoeken of er op het departement zelf nog verslagen aanwezig en raadpleegbaar zijn. Daarnaast gaat hij in gesprek met betrokkenen, zoals de Stichting Verleden in Zicht, over de aansprakelijkstelling naar aanleiding van de privacy schending bij het onderzoek naar binnenlandse adoptie.