Victor leefde jarenlang met angst voor afwijzing en hield mensen daarom vaak op afstand. De ontdekking van zijn biologische zus veranderde veel: hij leerde meer vertrouwen te voelen en zag zichzelf niet alleen als iemand met een zus, maar ook als haar broer. Nu voelt hij zich veiliger, sterker en wil hij ook zijn biologische moeder een plek geven in zijn leven.
Mijn vroege adoptie-ervaring heeft diep in mijn fundament een blauwdruk achtergelaten: een diepgevoelde onveiligheid en de angst om buitengesloten of weggestuurd te worden. Jarenlang was die angst er, als een constante onderstroom in mijn leven. Om met die constante dreiging om te gaan, ontwikkelde mijn systeem een hyperintelligente beveiligingsdienst: mijn saboteur.
Victor: "Ik werd een meester in het afwijzen van mensen voordat zij de kans kregen om mij af te wijzen."
Mijn verlatingsangst uitte zich niet in een angst om me te binden, maar in een allesoverheersende angst om steeds weer te worden afgewezen. Mijn saboteur bedacht daarvoor een ijzersterke defensieve strategie: preventief de aanval kiezen. Ik werd een meester in het afwijzen van mensen voordat zij de kans kregen om mij af te wijzen.
Om de pijn voor te zijn, ging ik steeds een stap verder. Ik trok me terug uit échte, diepe verbindingen. Als ik me toch in sociale omgevingen moest begeven waar ik die controle niet had, zocht ik een vluchtroute om mijn overprikkelde zenuwstelsel te kalmeren. Ik verdoofde mezelf vaak met alcohol of drugs om de constante spanning van het 'scannen op afwijzing' niet te hoeven voelen. Ik cijferde mijn eigenlijke behoefte aan echt contact volledig weg, puur om veilig te blijven.
Victor: "De herkenning was zo overweldigend en diep dat ik het niet anders kan omschrijven dan een explosie van vlinders in mijn buik."
Na het overlijden van mijn adoptiemoeder begon mijn zoektocht naar mijn biologische moeder. De klap was groot toen het Fiom haar weliswaar vond, maar zij resoluut elk contact afwees; al mijn brieven kwamen ongeopend retour. De oer-afwijzing werd keihard herhaald. Na talloze doodlopende zoektochten stond ik op het punt het op te geven, tot ik in contact kwam met de Raad voor de Kinderbescherming. Uit hun dossiers bleek dat ik een halfzus had.
Niet lang daarna zat ik op een camping. Het was mijn allereerste kampeerervaring en ik leed aan een gigantisch slaaptekort. Kamperen is niet mijn ding. Midden in die fysieke uitputting ging de telefoon. De stem aan de andere kant sprak de historische woorden: “Je hebt een zus!”
Een maand later zat ik bij de Kinderbescherming om haar naam te horen. Onwennig en overweldigd vroeg ik nog: “Mag ik haar googlen?” Toen ik haar foto voor het eerst zag, ging ik onderuit. Hoe ik die middag van Haarlem naar Utrecht ben gereden, is mij nog steeds een raadsel. De herkenning was zo overweldigend en diep dat ik het niet anders kan omschrijven dan een explosie van vlinders in mijn buik.
Maar die intense inslag deed ook iets met mijn ingebouwde beveiliging. Omdat de emotionele inzet met haar ineens 100% was, schoot mijn saboteur in overdrive. De angst om háár te verliezen was vele malen groter dan alles wat ik daarvoor had gevoeld. Onbewust projecteerde ik in het begin de zware, claimende lading van een 'geliefde' op ons contact; ik vocht en scande onophoudelijk voor de bevestiging dat ze me niet zou verlaten. De herkenning was prachtig, maar de kwetsbaarheid was aanvankelijk doodeng voor mijn systeem.
Victor: "Door te zeggen dat ik een broer ben, bevestig ik na 55 jaar eindelijk mijn eigen rechtmatige plek in het systeem. Het geeft me een diep gevoel van er toe doen."
De echte verandering begon toen ik met behulp van schematherapie en kinesiologie stapje voor stapje leerde om mijn saboteur te reguleren. Die hyperintelligente bewaker hoeft niet weg, maar hij hoeft ook de leiding niet meer te hebben. Het begint nu langzaam te landen. Er ontstaat een diepe, tastbare rust in mijn lijf en een herstelde nachtrust die ik in geen tijden heb gekend. Een besef dat zij niet zomaar weggaat.
Die rust zie ik direct terug in mijn communicatie. Ik hoef niet meer zwaar, intens te 'trekken' aan het contact of te vechten voor bevestiging. De dynamiek is veel luchtiger en speelser geworden. Ik durf de controle los te laten.
De grootste transformatie zit echter in een ogenschijnlijk klein verschil in taal. Maandenlang zei ik: “Ik heb een zus.” Daarmee wees ik naar haar, buiten mezelf. Nu leer ik hardop te zeggen: “Ik ben een broer.” Het is een zin die me intens emotioneel maakt. Door te zeggen dat ik een broer ben, bevestig ik na 55 jaar eindelijk mijn eigen rechtmatige plek in het systeem. Het geeft me een diep gevoel van er toe doen. Ik ben niet langer de toeschouwer die aan de zijlijn om liefde vraagt; ik ben haar broer.
Vanuit deze nieuwe, stevige basis voel ik dat er nóg een stap op me wacht. Ik leer dat ik nog iets moet met de relatie met mijn biologische moeder. Waar ik haar voorheen op afstand hield vanwege de herhaalde afwijzing, zegt mijn gevoel me de laatste tijd dat ik haar dichterbij me moet gaan zetten. Niet omdat de situatie met haar verandert, maar omdat zij de bron is waaruit ik ben voortgekomen. Pas als ik ook haar haar plek geef, ben ik écht helemaal compleet.
Ik ben Victor. Ik sta in mijn kracht, ik ben veilig, en ik ben haar broer.
* In verband met de privacy is de naam in dit verhaal verzonnen
** Dit ervaringsverhaal is geschreven vanuit een persoonlijke ervaring, dit kan voor iedereen anders zijn.